Gevonden – Emmy Bergsma


Iets vinden, terwijl je er niet naar zoekt noemt men serendipiteit.

Een mooi gegeven vind ik, alsof er een lampje aangaat in een kamer waarvan je niet wist dat hij donker was.
Welnu, een tijdje geleden was ik in Amsterdam, en daar vond ik nu precies een antwoord op vragen waar ik geen antwoord op zocht.
Het is namelijk zo dat ik mij tijdens het wachten op de trein, of het fietsen door de stad vaak bezig houdt met het bekijken van planten  die tussen de stenen van het perron doorgroeien, of mos, groene algen en klimop dat met woeste overtuiging tegen onze betonnen wereld opklimt, en in de meest onmogelijke omstandigheden groen laten zien.
Ik vraag mij dan af ( en ik weet inmiddels, vele met mij), hoe de  wereld eruit zou zien als de mens zijn ijverige schoonmaakwoede in de orde van steen, metaal en cement zou laten rusten? Wat zou er gebeuren met het centraal station, het terras, en onze keurige straten wanneer de natuur zijn gang kan gaan?

Wat gebeurt er met onze hoeken, rechte lijnen, grenzen en afbakeningen?
Tijdens mijn bezoek in Amsterdam vond ik in het werk van Emmy Bergsma, een antwoord. De kronkelende lijnen, schaduwen, en rondingen laten een wereld zien waar de natuur over zichzelf heen woekert: een gekronkel van donkere lianen en vergeten planten.

In sommige werken was de mens nog goed te herkennen, in andere werken verdween het lijf en gezicht in een onherkenbaar wezen, of bijna in zijn geheel onder een oerwoud van zwartgevloeid groen.
Ik ontdek een melancholisch verlangen naar die alles verterende romantische orde van de natuur. Een naïef verlangen naar een vorm van natuurmystiek,  waarvan ik zeker weet dat het alleen kan worden beantwoord door kunst, in de breedste zin van het woord.
Een antwoord op de vraag hoe het zou zijn als het individu weer  deel uitmaakt van het organische geheel. (Hegel).


Het werk waarover ik schrijf heet Adam, the first gardener, en is 120×130 cm, houtskool en softpastel op papier, gemaakt in 2015.
Werk: http://www.emmybergsma.nl/